Tips voor Landschapsfotografie.

De uitspraak ” Een foto neem je niet een foto maak je ” van de beroemde Amerikaanse landschapsfotograaf Ansel Adams vormt eigenlijk de kern van hoe een mooie landschapsfoto tot stand komt.

Ook andere quotes van Ansel Adams kan je beter in je achterhoofd houden bij het maken van een fraaie landschapsfoto’s.

Wat denk je van deze ” Een goede foto begint waar je gaat staan” of ” Als mensen mij vragen welke apparatuur ik gebruik zeg ik mijn ogen.

De laatste quote zegt onder andere iets over het geduld wat een landschapsfotograaf moet opbrengen ” 12 topfoto’s maken per jaar, is een heel goed jaar”.

 

Tip 1  Je eigen Omgeving.

Overal zijn mooie landschappen te vinden, het makkelijkst is om eerst in je eigen omgeving mooie plekken te ontdekken. Zelf doe ik dat vaak lopend of op de fiets, je hebt dan goed de tijd om vooral goed te kijken. Als je eenmaal de goede stek hebt gevonden ga dan daar meerder keren op verschillend tijdstippen heen.

Tip 2 Alleen op pad

Als je alleen op pad gaat laat dan anderen weten waar je gaat fotograferen. Zelf fotografeer ik vooral aan de rivier de Lek en het gebeurt nogal eens dat ik uitglij op een een kribbe, het is toch wel handig als je iets breekt of kneust dat er op een bepaald moment hulp komt. Vertrouw in afgelegen streken niet alleen op je mobieltje.

Tip 3 Kompas

Met een kompas ( mobieltje) kun je op je locatie inschatten waar de zon opkomt en waar hij ondergaat. Je kan dan inschatten wat het licht gaat doen met het landschap.

Tip 4 Het Licht

Het woord fotografie bestaat uit twee Latijnse woorden: fotos “licht” en grafein “schrijven”. Zeker bij landschapsfotografie gaat dit op ! Leer daarom  de kwaliteit, soort en de verschillen van licht te herkennen. Je kan er dan op inspelen. Een landschap verandert onder invloed van het licht. Het ene landschap vraagt om een mooi strijklicht, het andere juist om een diffuse benadering.

Tip 5 Het Licht 2

Het licht is op zijn mooist een vrij korte periode tijdens de zonsopkomst en een korte periode tijdens de zonsondergang, het gouden uur. Dan volgt nog even het heel korte blauwe kwartiertje.

Tip 6 Het licht 3

De warme gloed van de zonsondergang is vaak nog iets feller vanwege de hoeveelheid stof in de atmosfeer.

Tip 7 Dieptewerking

Probeer vooraf ook al enkele composities uit, bekijk of je elementen op de voorgrond kunt gebruiken voor dieptewerking. Ga op zoek naar lijnen in het landschap die de compositie versterken en dynamiek toevoegen.

Tip 8 Het weer

Verdiep je in “Het weer”. Door veel met het weer bezig te zijn wordt je steeds beter in het voorspellen van het juiste licht en dus op het juiste moment op de goede plek aanwezig te zijn.

Tip 9 Het weer 2

Natuurlijk kun je daarbij de hulp in roepen van apps zoal Theater Pro, Accu Weather, Meteo Earth en Weather Bug. Of natuurlijk het KNMI, Weer.nl en Buienradar.nl

Tip 10 Gebruik het licht

Zon in je rug was vroeger een uitgangspunt, maar met de huidige techniek in camera´s en objectieven is dat natuurlijk allang niet meer nodig. Gebruik juist daarom het licht voor dramatische contrasten, tegenlicht, strijklicht etc.

Tip 11 Scherptediepte

Bij landschapsfotografie is scherptediepte een van de belangrijkste gegevens, weet dus goed op de hoogte welke instellingen van invloed zijn op de scherptediepte. Hou ook in de gaten dat scherptediepte afhankelijk is van de afstand tot het onderwerp. En natuurlijk ook nog het verschil in effect bij objectieven.

Tip 12 Diafragmeren

Wil je een weids landschap in zijn geheel scherp weergeven stel dan de camera in op de diafragma voorkeuze stand (A(v)) met een diafragma tussen f/11 tot f/14. Je objectief presteert het best tussen f/8.0 en f/11, maar aangezien  f/8.0 soms toch onvoldoende scherptediepte geeft, kun je nog wat verder diafragmeren. Let op ! Vermijd waarden boven f/16, want dan presteert je lens weer minder goed en worden lensfouten beter zichtbaar.

Tip 13 ISO-waarde

Hou de iso waarde zo laag mogelijk . Als je de camera instelt op ISO 100 fotografeer je eigenlijk nog steeds met de minste ruis en het grootste dynamische bereik. Natuurlijk moet je wel rekening houden met de omstandigheden. Bij weinig licht en op een dag met veel wind  kan het misschien beter zijn om de ISO – waarde  toch iets te verhogen,  de sluitertijd  kan dan sneller  zodat je eventuele bewegingsonscherpte vermijdt. Sommige camera’s laten je ook toe om ISO – waarden lager dan ISO – 100 in te stellen. Dit zijn echter softwarematig gegenereerde ISO – waarden, die dikwijls het dynamische bereik verkleinen.

Tip 14 Scherpstellen

Weet goed waar je je scherpstelpunt legt. De scherptediepte loopt op wat grotere afstand ongeveer van 1/3 voor tot 2/3 na het scherpstelpunt. Vaak is het dus makkelijker om handmatig scherp te stellen. Doe het in ieder geval bewust !

Tip 15 Belichting

Belicht zo secuur mogelijk. Controleer de belichting op het histogram van je camera. Als je histogram te veel over het randje gaat dan is de belichting niet ok. Je kan dat natuurlijk later in bv. Photoshop corrigeren maar dat geeft toch enig kwaliteitsverlies. Gewoon even overmaken bespaart je later veel werk.

Tip 16 Dynamiek

Landschapsfoto´s hoeven niet perse statisch te zijn, juist beweging in beeld zorgt voor dynamiek. Experimenteer eens met lange sluitertijden. Dit werkt  goed bij rivieren, wolken maar bijvoorbeeld ook een fietser krijgt iets magisch als de beweging niet bevroren is.

Tip 17 Lensflare

Een zonnekap gaat lensflare tegen, meestal is dat natuurlijk de bedoeling zijn. Maar soms zijn de lichtplekken ontstaan door  lensflare juist sfeer verhogend. Experimenteer daar eens mee bij tegen of zijlicht.

Tip 18 Kaderen

Maak gebruik van natuurlijke componenten in een landschap om je foto duidelijk in te kaderen. Denk hierbij aan bomen, rotsen, stenen en dergelijken.

Tip 19 Horizon

Wees op je hoede voor een schuine horizon. Kies je daar uit een creatief oogpunt juist wel voor een schuine horizon hou hem dan flink schuin !

Tip 20  Statief

Het gebruik van een statief is iets wat te vaak onderschat wordt. Landschapsfotografie vindt vaak ‘s morgens vroeg en ‘s avonds laat plaats op momenten dat er betrekkelijk weinig licht is. Weinig licht dikwijls in combinatie met een kleinere lensopening, waardoor er nog minder licht valt, en eventueel ook nog met filters leidt vaak tot langere sluitertijden . Een goed en stevig statief is dus uiteraard onontbeerlijk!

Tip 21 Live View

De live view functie wordt door weinig fotografen gebruikt. Toch kan het een handig hulpmiddel zijn: met de  de live view kan je de scherpstelling nog eens controleren door in te zoomen op voor – en achtergrond. Daarnaast is de live view ook zeer handig bij het beoordelen van je compositie, waarbij je nog even kan inzoomen op je opname. Bekijk in de live view het beeld grondig, zorg ervoor dat alle elementen in de foto goed en evenwichtig zijn gecomponeerd. Ook kan je de live view gebruiken om wat makkelijker  te fotograferen vanuit lastige posities , waar bij je met het oog nog nauwelijks tin de zoeker kan kijken.

Tip 22 Concentratie

Als het licht dan mooi begint te worden, hou je dan bij die ene goed voorbereide compositie waar alles aan klopt. Ga niet ineens veranderen van standpunt, maar maak meerdere opnamen bij het steeds maar veranderde licht. Varieer wel met de belichting en eventuele filters en de scherpstelling.

Tip 23 Beeldvulling

Vooral met een groothoekobjectief is het heel belangrijk dat de foto interessant is om te bekijken. Doordat je heel ver het beeld in kijkt is het noodzakelijk om te zorgen dat zowel op de voorgrond,  het middengebied en achterin de foto iets van interessants te zien is. Je oog moet als het ware op een logische manier door het landschap kunnen navigeren.Maak daarom gebruik van paden, muurtjes en riviertjes  in het landschap en die het oog verder het beeld in kunnen leiden.

Tip 24 Verhouding

Vaak is het voor een kijker moeilijk te bedenken hoe groots een landschap op de foto is. De kijker kan de verhoudingen beter inschatten als er zich een referentie in het beeld bevindt. Bijvoorbeeld mensen, dieren , auto of een huis .

Tip 25 Compositie

Als je gebruik maakt van de regel van derden ervaart het menselijk oog de foto als gebalanceerd en natuurlijk. Hoe werkt het ? Teken in gedachten een boter kaas en eieren speelveld over je beeld, (twee lijnen verticaal en twee horizontaal op gelijke afstand) en probeer het hoofdonderwerp op of dicht bij één van de vier snijpunten te plaatsen. Dit is een goed uitgangspunt voor je compositie, heb je dit onder de knie ga er dan mee variëren.

 Tip 26 Lijnen

Gebruik onderdelen zoals een beek, muurtjes, elektriciteitsdraden en een weg om het oog naar een onderwerp toe te leiden. Door deze lijnen te volgen van deze onderdelen kijk je dieper de foto in. Lijnen zijn een van de belangrijkste elementen om een compositie mede te bepalen.

Tip 27 Eenvoud

De fraaiste foto’s zijn vaak het eenvoudigst. Probeer niet te veel elementen in de foto op te nemen die de aandacht afleiden, waardoor het niet meteen duidelijk is wat het hoofdonderwerp van de foto is. De kunst van het weglaten is één van de grootste wapens die een fotograaf heeft. Ook een eenvoudig onderwerp zegt vaak genoeg !

Tip 28 Dynamisch bereik

Het dynamisch bereik (verschil tussen donkere delen en de  “hoge” lichten ) van je camera is duidelijk beperkter dan onze ogen. Om dit te compenseren kun je gebruik maken van grijs verloopfilters. De lichte lucht wordt dan wat “tegen gehouden” en er wordt een fractie donkerder weergegeven. Zo ontstaat een natuurlijker beeld.

Tip 29 Grijs verloopfilters

Zoals je hiervoor al las, kun je het beeld natuurlijker weergeven met grijs verloopfilters. Mijn meest gebruikte is de Lee 6ND soft. Dat is een goed filter om mee te beginnen en “dekt” 90 % van je opnamen af. Dit filter wordt geplaatst in een houder zodat je het filter kan draaien en schuiven. Ik werk al jaren met Lee:http://www.leefilters.com/index.php/camera/ndgrads

Tip 30 Lagen

Bouw je landschapsfoto op in laagjes om het diepte gevoel te creëren.

Tip 31 De lucht

Een spectaculaire lucht mag graag gezien worden, hou dan ook bij een fraaie lucht de horizon laag.  (verhouding 2/3 lucht, 1/3 land of water)

Tip 32  Snelle sluitertijd

Experimenteer eens met lange sluitertijden voor een dynamischer effect in je foto’s. Bijvoorbeeld bij windmolens, je foto krijgt dan meer zeggingskracht.

Tip 33 Lange sluitertijd

Een lange sluitertijd maakt van stromend water een witte “zijden” sluier. Experimenteer met sluitertijden van 1/8 tot 1 sec. om te kijken wat voor effect je krijgt.

Uiteraard doe je dit op statief, overdag met een vertragend grijsfilter zoals de Big Stopper van Lee.